Examenonderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS).

Het onderdeel “Kennis van de Nederlandse Samenleving” wordt via de computer afgenomen. U spreekt niet tijdens het KNS-gedeelte, het enige wat u moet doen is uit twee antwoordalternatieven het juiste antwoord selecteren.

Het examenonderdeel bevat 30 vragen uit een totale verzameling van 100 vragen over de Nederlandse samenleving. U mag 30 minuten over dit onderdeel van het examen doen.

U krijgt op het examen één of meerdere vragen digitaal te zien over zeven onderwerpen:

  1. Nederland;
    In dit onderdeel komen onder meer aan bod: de ligging van Nederland in de wereld, de ligging van Nederland in Europa, de woningen in Nederland, de ligging van Nederland t.o.v. de zeespiegel, de oppervlakte van Nederland, de wegen in Nederland, de bevolkingsdichtheid van Nederland, de vervoermiddelen in Nederland.
  2. Geschiedenis;
    In dit onderdeel komen onder meer aan bod: Willem van Oranje, de tachtigjarige oorlog, de Gouden Eeuw en de VOC, de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog, enkele naoorlogse ontwikkelingen.
  3. Staatsinrichting, politiek en grondwet;
    In dit onderdeel komen onder meer aan bod: democratie, de grondwet, de belangrijkste grondrechten, het politieke stelsel, rechten en verplichtingen, omgangsvormen.
  4. De Nederlandse taal en het belang van het leren ervan;
    In dit onderdeel komen onder meer aan bod: lesmethoden, de Nederlandse taal, volwassenenon-derwijs.
  5. Opvoeding en onderwijs;
    In dit onderdeel komen onder meer aan bod; Nederlandse opvoedmethoden, verantwoordelijkheid voor kinderen, onderwijsvormen.
  6. Gezondheidszorg;
    In dit onderdeel komen onder meer aan bod: verplichte ziektekostenverzekering, consultatiebureau, huisarts en gespecialiseerde artsen.
  7. Werk en inkomen;
    In dit onderdeel komen onder meer aan bod: wie werken er in Nederland, in welke sectoren is er werk, wanneer en waar moet je werk zoeken, regels sollicitatiegesprek in Nederland.
thaise vrouwen leren nederlands

Examenonderdeel leesvaardigheid

Het examenonderdeel leesvaardigheid bestaat uit twee onderdelen: technisch- en functioneel lezen. U mag 35 minuten over dit gedeelte van het examen doen.

Technisch lezen

Bij het technisch lezen gaat het erom of u in staat bent de juiste klank-tekenkoppeling in het Nederlands te leggen. Het gaat hier dus om de leesnauwkeurigheid.

Het eerste type meerkeuzevragen bestaat uit 15 vragen. U leest een woord op uw computerscherm, vervolgens selecteert u uit vier audio-alternatieven de juiste verklanking. U ziet bijvoorbeeld het woord “lopen”, u hoort vervolgens de vier alternatieven:

  • Answer A: loven
  • Answer B: leven
  • Answer C: lood
  • Answer D: lopen

U krijgt de alternatieven alleen te horen en niet te lezen en moet het juiste antwoord kiezen.

Op deze manier wordt getoetst of u de aangeboden klanken kan koppelen aan de juiste spraakklanken.

Het tweede type meerkeuzevragen is een variant op het eerste type en bestaat ook uit 15 vragen. U krijgt een woord te horen en u selecteert uit 4 geschreven alternatieven het juiste antwoord. U hoort bijvoorbeeld het woord “bier” en u ziet vervolgens de vier alternatieven op uw beeldscherm:

  • Answer A: dier
  • Answer B: kier
  • Answer C: bier
  • Answer D: beer

Op deze manier wordt getoetst of u de aangeboden klanken kan koppelen aan de juiste spraakklanken.

Functioneel lezen

Bij het functioneel lezen krijgt u op uw beeldscherm 6 verschillende leesteksten te zien, per leestekst worden 2 meerkeuzevragen gesteld met drie of vier antwoordmogelijkheden. Het onderdeel functioneel lezen bestaat dus uit 12 vragen.

Net als bij het spreekvaardigheidsgedeelte moet u voor beide onderdelen van het leesvaardigsheidgedeelte een voldoende halen om te kunnen slagen. Mocht u niet slagen voor dit onderdeel, dan moet u dus beide onderdelen, technisch- en functioneel lezen, opnieuw doen.

nederlands leren in bangkok thailand

Examenonderdeel spreekvaardigheid

Het examenonderdeel spreekvaardigheid bestaat uit twee onderdelen:

  • U hoort een open vraag en u formuleert hierbij zelf uw antwoord. Dit onderdeel bestaat uit 10 vragen.
  • U hoort en ziet een korte zin, gevolgd door het eerste gedeelte van een zin die door u aangevuld moet worden. Dit onderdeel bestaat uit 12 zinnen.

Het eerste gedeelte van het examen spreekvaardigheid bestaat uit 10 open vragen. De vragen liggen op A1-niveau, hebben een enkelvoudige structuur en gaan over vertrouwde onderwerpen die uw directe leefomgeving betreffen.

U ziet een videofragment van een persoon die u één vraag stelt, bijvoorbeeld: “Welke sport vindt u leuk?” U spreekt dan uw antwoord via de koptelefoon in. Het ingesproken antwoord wordt vastgelegd en later beoordeeld door twee beoordelaars. U mag de vraag zo vaak herhalen als u wilt, ook mag u het antwoord corrigeren door het antwoord opnieuw in te spreken.

Het tweede gedeelte van het examen spreekvaardigheid bestaat uit het afmaken van 12 zinnen. U ziet een zin op uw beeldscherm en u kunt u deze zin ook via uw koptelefoon beluisteren, het betreft een korte zin, gevolgd door het eerste gedeelte van een zin die door u aangevuld moet worden. U krijgt bij de zin een plaatje te zien op uw beeldscherm van de situatie die in de zin wordt geschetst. Een voorbeeld van een zin is “Naima gaat naar de markt, ze koopt….” u spreekt uw antwoord in. Het ingesproken antwoord wordt vastgelegd en later beoordeeld door twee beoordelaars. U mag de vraag zo vaak herhalen als u wilt, ook mag u het antwoord corrigeren door het antwoord opnieuw in te spreken.

Net als bij het examenonderdeel leesvaardigheid moet u voor beide onderdelen van het examenonderdeel spreekvaardigheid een voldoende halen om te kunnen slagen. Mocht u niet slagen voor dit onderdeel, dan moet u dus beide onderdelen opnieuw doen.

U mag 30 minuten over het examen spreekvaardigheid doen.

inburgeringsexamen nederland in bangkok thailand